Vullingen

Vullingen

Als een gedeelte van uw tand verloren is gegaan of uw kies door tandbederf is beschadigd, dan kan de tandarts dit restaureren met een vulling. Het vullen van tanden en kiezen is een van de voornaamste bezigheden van de tandarts. Daarmee wordt de vorm en de functie van de tanden en kiezen zo goed mogelijk hersteld. Cariës ontstaat meestal in de groeven op de kauwvlakken. Ook kunnen er cariës tussen de kiezen ontstaan. Dit is alleen goed op een röntgenfoto te zien. Kleine gaatjes die slechts in het glazuur zitten, hoeven niet direct te worden gevuld. In dat geval is natuurlijk herstel nog mogelijk. Maar als behalve het glazuur ook het onderliggende dentine is aangetast, is een vulling nodig. Het tandbederf gaat in het dentine veel sneller en natuurlijke herstel is dan niet meer mogelijk.

Allereerst moet de tandarts het aangetaste deel van de kies of tand wegboren. Dit is nodig om het gaatje goed schoon te maken. Meestal geeft de tandarts eerst een verdoving. De verdoving zorgt ervoor, dat het boren niet pijnlijk is. Voor kleine gaatjes is namelijk geen verdoving noodzakelijk. Tandarts zal in overleg met u eerst zonder verdoving beginnen, maar uiteraard als het pijnlijk wordt of als zelf voorkeur voor verdoving heeft, dan zal tandarts de tand verdoven. Voor grotere gaatjes is vanzelfsprekend wel een verdoving voor nodig. De prik voor de verdoving kan wél een beetje pijn doen.

Voor het vullen van het schoongeboorde gaatje gebruikt de tandarts meestal een witte vulling of het zilverkleurige amalgaam. Amalgaam was tot voor kort het meest gebruikte vulmateriaal waarmee sterke vullingen gemaakt werden met lange levensduur maar vanwege de kleur van amalgaam en allerlei discussies over gezondheidsrisico’s vragen steeds meer mensen naar tandkleurige vullingen. Tandkleurige vulmaterialen zijn esthetisch beter, maar gaan minder lang mee dan amalgaam. De kwaliteit van de composiet materialen neemt echter steeds verder toe.

Hiernaast kunt u een vergelijking zien tussen de amalgaam en wit composiet vulling materiaal.

Afhankelijk van de grootte van het gat maakt de tandarts een 1-, 2- of 3-vlaksvulling. Als er meerdere gaatjes in verschillende vlakjes worden gevuld, is dit terug te zien op uw rekening. Op de rekening staat dan bijvoorbeeld een tweevlak- of drievlak restauratie.

Als het gat te groot is geworden of als de zijwanden te zwak zijn, kan er geen vulling meer worden gemaakt. Dan kan de tandarts wel vaak een kroon maken. Als bij een diep gat de tandzenuw bloot komt te liggen, dan moet de tandarts vaak eerst een wortelkanaalbehandeling uitvoeren, voordat het gat wordt gevuld.

Etsen en onderlaag

Etsen houdt in dat het tandoppervlak met een speciaal zuur wordt ruw gemaakt. Als het oppervlak ruw wordt gemaakt, wordt het makkelijker voor het vulmateriaal om zich aan het tandbeen te hechten. Dit voorkomt dat de vulling er weer snel uitvalt.
Door het ruw maken van het tandoppervlak wordt de bescherming van de tand minder en zal de tand gevoeliger kunnen worden voor prikkels van buitenaf (bijvoorbeeld koude en warmte). Daarom wordt in de meeste gevallen ook een onderlaag aangebracht die voorkomt dat deze prikkels de zenuw bereiken.

Video illustratie

Sealen

Sealen gebeurt om de kiezen te beschermen tegen gaatjes. Het beschermt ze op die plaatsen waar ze het meest gevoelig zijn voor gaatjes, namelijk in de groeven en putjes. Deze zijn kwetsbaar, vooral als ze diep en smal zijn. De haren van de tandenborstel kunnen de groefjes moeilijk schoonpoetsen. Sealen gebeurt meestal kort nadat de blijvende kies helemaal is doorgebroken. Dan is de kans op gaatjes het grootst. Sealen bij de tandarts betekent het afdichten of verzegelen van groefjes en putjes in je kiezen.

Het sealen gebeurt met een kunststoflak. Om de lak goed te laten hechten worden de groefjes en putjes in je tanden met een zure vloeistof ruw gemaakt. Dit noem je etsen. Het wordt meestal met een spuitje gedaan. Nu kan de kunststoflak met een instrument of kwastje op de kies worden gedaan. De lak is heel dun en vloeit tot diep in de bodem van de groefjes en putjes.

na afloop van het sealen kan de lak soms even een beetje vies smaken, ook bij het dichtbijten voelen de kiezen aanvankelijk een beetje vreemd. Dit gevoel zal in de loop van de tijd verdwijnen.

Lekkages bij de vullingen

Bij een vulling bestaat altijd een kans op lekkages. Op microscopisch niveau is er altijd een reële kans dat er een beperkte mate van lekkage ergens aanwezig is. Bacteriën kunnen via deze microscopische openingen de tand/kies binnendringen en tandbederf onder de vulling veroorzaken. Naar mate de vullingen verouderen, groeit de kans op lekkages. Afhankelijk van de situatie zal de tandarts in overleg met u besluiten om de vulling wel of niet te vervangen. Het is aan te raden om de witte composiet vullingen eens per drie jaar en de grijze amalgaam vullingen eens per vijf jaar te vervangen. Uiteraard kunnen de vullingen langer meegaan, maar de kans op lekkages nemen in de loop van de tijd toe.

Napijn

Wacht het een paar dagen af, de pijn kan vanzelf weggaan. Blijft de pijn of wordt deze erger maak dan een afspraak bij de tandarts. Er zijn verschillende soorten vullingen en verschillende vlakken die gevuld kunnen worden en de pijn kan verschillende oorzaken hebben. Een vulling kan dus groot of klein zijn. Hoe groter de vulling hoe meer kans je hebt dat je er last van kunt krijgen.

Het is wel van belang zeker te weten of de vulling niet iets te hoog is. Mocht u (wanneer de verdoving uitgewerkt is) dat gevoel hebben, dan kunt u een afspraak maken zodat de vulling iets verlaagd kan worden. Bij een te hoge vulling kunnen uw klachten toenemen.

Als een gaatje heel dicht bij de zenuw zit, kan het zijn dat je na de behandeling pijn hebt. Neem dan een pijnstiller. Wordt de pijn erger en gaat het kloppen en steken, neem dan contact op met ons op. Als de tand of kies met een witte vulling is gevuld, dan kan dit een tijdje gevoelig zijn met warm en koud. De pijn zal na een tijdje vanzelf weggaan. als de pijn blijft of erger wordt, neem contact met ons op.

Soms kun je na het vullen ook wat last hebben van je tandvlees. Soms wordt er om de vulling te maken een bandje (soort van taartvormpje) om je tand of kies gedaan voor de goede vorm. Dit kan soms een beetje in het tandvlees snijden. Hier kun je dus na de behandeling wat last van hebben. Je kunt in dat geval gerust een pijnstiller nemen.

Overgevoeligheid en pijn bij eten of drinken van koud en warm drankjes bij recentelijk gevulde tanden met wit composiet materiaal is een gebruikelijk verschijnsel. dat de nieuwe ‘witte’ vulling voor de nodige irritatie zorgt. Dit heeft te maken met uitzetten en krimpen van het vulmateriaal en de onderliggende etslaag. Het kan voorkomen dat deze extra spanning en druk zetten op tand of op de zenuw. Deze irritatie kan wel eens enkele weken aanhouden, maar zou langzamerhand moeten wegtrekken. Mocht de irritatie na een maand niet minder zijn geworden, belt u dan gerust even op.* Irritatie kan verder veroorzaakt worden als de tandarts diep heeft moeten boren en de zenuw heeft aangeraakt. Dit kan tot ver na de behandeling nog voor irritaties zorgen. Ook deze irritatie moet met tijd afnemen. Een andere reden van de irritatie kan zijn als de vulling nog te hoog is (zoals het hierboven besproken is) en deze voor extra druk op de tand/kaak veroorzaakt. Het beste is dan om ons even te bellen en de tandarts er naar te laten kijken.

Invloed van eten en drinken

In vrijwel al ons eten en drinken zitten suikers en zetmeel. Tandplak bestaat uit bacteriën en producten van bacteriën. Deze bacteriën zetten suikers en zetmeel in de mond om in zuren. Ze bevatten behalve suikers die gaatjes veroorzaken ook zuren. Het zuur proeft u nauwelijks. De suiker overheerst de zure smaak. Alle deze zuren veroorzaken slijtage van uw gebit (ook wel tand erosie genoemd) die leiden tot gaatjes in uw gebit. Tanderosie is een sluipend proces dat niet gemakkelijk te herstellen is. Het gaat niet alleen om hoevéél zure producten u eet en drinkt. Hoe vaker u dat doet en hoe langer u zure producten in uw mond houdt, hoe groter de kans op tanderosie is. Bijvoorbeeld u kunt het al raden waarom lollies en zuurstokken heel slecht voor uw tanden zijn! Ook de manier waarop u eet en drinkt is van invloed. Suikers worden aan veel voedingsmiddelen toegevoegd, bijvoorbeeld aan snoep, koek en frisdrank. Maar er zitten ook van natuur suikers in producten, bijvoorbeeld in fruiten. Zetmeel zit in aardappels, pasta’s, brood, crackers en peulvruchten. Als u vaak voedingsmiddelen gebruikt waarin suiker en zetmeel zitten, loopt u een groter risico op gaatjes in uw tanden en kiezen. Water zonder prik, koffie en gewone thee zonder suiker zijn niet schadelijk voor uw gebit.

Voorbereiding van de kinderen op het vullen van een gaatje

Bereid uw kind goed voor als de tandarts een gaatje moet vullen. Leg op een rustig moment uit dat één of meer tanden of kiezen ziek zijn. Vertel dat de tandarts de zieke tand of kies beter maakt. Laat de tandarts zelf aan uw kind vertellen wat er gaat gebeuren. Heeft uw kind vragen over de behandeling? Spreek dan af om die samen aan de tandarts te stellen. Als u de behandeling vooraf mooier voorspiegelt dan dat die in werkelijkheid is, verliest uw kind het vertrouwen in u en in de tandarts. Bovendien zal uw zoon of dochter in de toekomst meer opzien tegen een behandeling.

Hier kunt u meer lezen over het voorbereiden van uw kind voor een bezoek aan tandarts.

Beker gebruiken in plaats van een flesje

Sabbelen aan een zuigflesje met bijvoorbeeld vruchtensap, siroop, drinkyoghurt en andere melkproducten kan het gebit van de kinderen aantasten. Omdat het gebit langdurig met suikers in aanraking komt, is er een grote kans op het ontstaan van zogenoemde zuigflescariës. ‘s Nachts kan het speeksel de zuuraanvallen op het gebit vrijwel niet herstellen. ‘s Avonds en ‘s nachts is een zuigflesje dus extra schadelijk. Het is aan te raden om uw kind vanaf negen maanden uit een beker laten drinken in plaats vanuit een zuigflesje.

Duurzaamheid van de kunststof lak van het sealen

De kunststof die diep in de groeven zit gaat enkele jaren mee. Bij de periodieke controle controleert de tandarts of mondhygiënist of er nog voldoende aanwezig is. Als er wat materiaal is verdwenen, kan dit worden aangevuld.